zaterdag 8 juni 2013
AfSCHIJT
Het was wel leuk, de laatste jaren.
Veel meegemaakt. Veel gevreeën.
Veel filmkes gekeken. En ook wel veel gedronken.
Ja, 't was plezant. Maar ook een beetje zinloos.
Vond jij 't ook niet een beetje zinloos, Maaike?
Ik heb nooit echt geweten hoe het zonder jou moest.
Ik heb wel zo'n beetje geleefd hoor, Maaike.
Ik heb zo'n beetje zitten scharrelen, heb nagedacht over het leven.
Ik heb ook zónder jou veel gevreeën.
Ik heb zelfs vaak met mezelf gevreeën.
Maar... zinloos? Ja.
Zonder jou werd het allemaal erg zinloos.
En 'k heb best wel geprobeerd om je terug te halen, Maaike.
En 'k heb best wel geprobeerd om een nieuwe Maaike te vinden, Maaike.
Maar ik heb nooit erg veel geduld had.
Ik denk dus, Maaike, dat we het hier best afsluiten.
Dat we er hier, als het ware, maar een punt achter zetten.
Want ik sta eigenlijk al te lang met mijn rug aan de verkeerde kant van de muur.
Hij moet hoger, Maaike, die muur.
En er mag niemand meer aan de verkeerde kant staan.
Ik aan de ene, jij langs de andere kant.
Je hoeft niet te huilen, Maaike.
Het is allemaal oké.
Het is altijd allemaal oké.
woensdag 5 juni 2013
Koppig.
In m'n hoofd ontspon zich een wereld zonder haar. Ik verzon een wereld waar ik elke dag whisky dronk en naar Spinvis luisterde. Een wereld waar ik tot een stuk in de nacht aan mijn roman kon schrijven, ongestoord door mens, met enkel een dikke kater om me gezelschap te houden.
Het duurde een tiental minuten voor ze ook naar de slaapkamer kwam. Ik had de lichten al uit gedaan en ik lag met m'n rug naar de deur. Ik hoorde hoe ze de deur dicht deed en hoe ze, in het donker, haar kleren uit deed. Ze deed alles uit, behalve haar onderbroek. In het donker strompelde ze naar het bed.
Zou ik dat kunnen, vroeg ik me af? Zo zonder mensen leven? Hoewel, zonder mensen... ik zou natuurlijk wel nog af en toe eens iets gaan drinken. Maar ik zou alleen leven, als een monnik, toegewijd aan zijn werk. Geen meisjes, behalve de occasionele scharrel. Zou ik dat kunnen?
Ze stootte zich tegen de metalen frame van het bed. Ze vloekte. Ze vloekte meestal als ze zich pijn deed. Ze deed zich vaak pijn. En ik, ik was daar ondertussen verliefd op geworden.
Iedereen zegt altijd dat je iemand nodig hebt. Ik twijfelde daar aan. Ik dacht aan mijn tante, die ondertussen overleden was. Ik vroeg me af of zij gelukkig was; of zij alléén gelukkig was. Ik dacht steeds van wel, maar ik was nu helemaal niet meer zo zeker.
Ze kroop in het bed, maar kwam niet tegen me aan liggen. Ik voelde hoe ze naar mijn rug lag te kijken. Ik voelde hoe ze op zoek was naar iets om te zeggen. Ze zei niets; ze kuchte.
't Is toch een mooi leven, zo'n eenzaam leven?
Ik draaide me om. In het donker kon ik enkel het wit van haar ogen zien.
Ze zei niets, ze keek enkel in m'n ogen. In gedachten voelde ik haar marmeren borsten. Tien centimeter; veel verder kon ze niet van mij liggen. Ik wilde haar/ze tegen me aan drukken en fluisteren dat alles goed zou komen. Dat ze zich geen zorgen hoefde te maken.
"Hoe lang is het geleden dat we gepraat hebben?" vroeg ze.
- "We praten constant!" zei ik licht verontwaardigd.
"Nee, Daan. Dat we écht gepraat hebben."
Ik dacht na. Het was m'n eigen fout, natuurlijk. Ik was haar stilaan beginnen vergeten, was stilaan vergeten dat er nog wat anders was dan die verdomde roman.
- "Iets meer dan een jaar, zeker?"
"Ja." zei ze, "zoiets."
- "Het is nooit te laat, toch?"
"Jawel, Daan."
Ik dacht een zekere triestigheid in haar stem te horen, maar dat kon mijn verbeelding zijn.
"Ik ken je gewoon niet meer." Stilte.
- "Maar jij had toch ook tegen mij kunnen praten?" Stilte.
"Ik heb geprobeerd, Daan. Maar ik mocht niet van jou." Stilte.
Ik ging enkele centimeters dichter liggen.
- "Ik... Ik had het gewoon zo druk." Stilte.
"Ja, Daan. Je had het druk en je vergat om van met te houden." Stilte.
Ik legde m'n hand op haar gezicht, ging met m'n hand door haar krullen. Ik was nu meer gewend aan het donker, ik kon haar blauwe ogen zien. Ze keken triest. Alles was triest. Maar ik was enkel kwaad.
- "Ik ben nooit gestopt met van je te houden, Maaike."
Ze kuste m'n hand. Ik kroop nog een centimeter dichter.
Ik kon de warmte van haar borsten nu écht voelen.
Ze huilde. "Ik moet weg, Daan."
- "Nee, je moet niet." zei ik nors.
Ze herpakte zich.
"Ik wil weg, Daan."
Ik kroop nog een centimeter dichter. Ik sloeg m'n armen om haar heen en trok haar tegen me aan. Ze huilde zacht, alsof ik het niet mocht zien. Ze kuste m'n nek.
- "Ik wil niet dat je weg gaat." fluisterde ik. "Ik wil dat je terug komt. Ik wil je terug leren kennen."
Ze zei niets meer. Ze sloeg haar handen om me heen. Ik probeerde met haar te huilen, maar ik had enkel kwaadheid over. Kwaadheid die ik niet kon plaatsen. Kwaadheid op mezelf.
Een tiental minuten later lag ze te slapen.
Ik lag naar het plafond te staren. Het licht dat door een kier van het gordijn kwam sloeg een vreemde schaduw op het plafond.
Ik wou het me niet voorstellen, een leven zonder haar.
- De schaduw had eigenlijk iets van een meisje.
Ik beloofde mezelf dat ik dit niet wou opgeven. Ik wou al het mogelijke doen, ook al was het misschien al te laat.
- Het meisje op het plafond had een pop in haar hand.
Ik zou het beter maken, ik zou haar tonen hoeveel ik van haar hield.
- Waarom was het meisje met haar pop zo triest?
En zij zou me geloven en terug met me beginnen praten.
Ze zou terug van me beginnen houden en samen zouden we oud worden.
Zou het meisje met de pop niet mooi passen in een nieuw hoofdstuk voor de roman?
dinsdag 28 mei 2013
Sorry, Maaike
Maaike zat ondertussen op haar stoel te draaien met een pint lauw bier voor haar neus. Ze was onwennig, het was lang geleden dat we elkaar nog zagen.
"Sorry, Maaike, ik heb het weer verneukt."
Ze keek me aan met haar grote ogen en knikte.
- "Dat heb je inderdaad, Daan."
Ergens op deze muur had ik ooit nog Maaike's naam gekrast. Ik wist niet meer waar, want op het tijdstip van de feiten was ik in een dronken bui.
Maaike wees. "Dáár staat mijn naam, Daan."
Ze had me zien rondkijken, of misschien kon ze nog steeds in mijn hoofd kijken.
"Ja, ik weet het." loog ik. Ik loog vooral over idiote dingen.
- "Het was gezellig toen het hier nog geen rookkot was." zei Maaike, na een korte stilte.
"Ja. Maar gelukkige mogen we hier nog steeds roken."
- "Het stinkt."
"Jij stinkt."
- "Sorry."
- "Wat ga je nu doen?"
Ik was weg gedroomd. Ze gaf me een stamp.
- "Ey! Wat ga je nu doen?" vroeg ze opnieuw.
"Ik weet het niet."
- "Je bent een klootzak" zei ze.
Ik zweeg omdat ik dat ook niet wist.
Ze rolde een nieuwe sigaret en stak die tussen haar lippen.
- "Geef je vuur eens."
Ik gaf m'n aansteker.
Ik staarde weer wat voor me uit.
- "Ey, zit je naar m'n borsten te kijken?"
"Ja." Soms loog ik niet wanneer ik het eigenlijk wel moest doen.
Ze glimlachte. - "Ze zijn gegroeid, niet?"
"Ik weet het niet."
"Bij je nog op je vingers?" vroeg ik.
Ze stak haar handen uit. Haar handen waren proper.
"Proficiat."
- "Ik ga naar huis." zei ze plots.
"Ok." zei ik.
- "Tot morgen?" vroeg ze.
"Misschien." loog ik.
Ze ging weg.
Ik rookte nog een sigaret.
Ik dronk nog een pintje.
Niemand kwam me vragen hoe het met mij ging,
en dat was eigenlijk maar best.
donderdag 16 mei 2013
Arya (Maaike) Stark
Moe, ziek, zoekend liep ze diep in 't Wester woud.
't Volk keek, snoof en grief, zag niet wie zij was.
Een oude jas, haar schoenen vuil. Ontdaan van lief en leed.
Haar hart was koud, haar schoenen nat.
Niets waar ze nog naar keek.
Maar wie ben jij, wie ben jij
Dat je neer kijkt op mij.
Ik ben op weg, ik ben op weg,
ik kom er gerust wel.
Ik ben op weg, ik ken mijn weg,
ik kom er gerust wel.
woensdag 27 februari 2013
Polspijn
"Het is best bewonderingswaardig te noemen, dat je - gezien de huidige omstandigheden - alsnog aan me ligt te denken." Ik schreef het niet op geurend papier en typte het niet op m'n oude, mechanische typemachine, maar ik schreef het met een bmauwe balpen op een a4 blad dat ik uit de inktjet printer gehaald had. "Ik dank je daarvoor; ik denk graag dat je aan me denkt."
Het was koud en de elektrische kachel kon de kilte niet verdrijven, dus zat ik onder een paardendekentje. Vriezen deed het niet, maar toch had ik, in navolging van menig ander stakker, de toppen van m'n gloednieuwe handschoenen afgeknipt. Ik voelde me een echte Oliver Twist die Hamlet zat te schrijven.
"Ik zou je in de eerste plaats willen bedanken dat je bestaat. Dank u." Ik schrapte die laatste zin. "Ik zou je in de eerste plaats willen bedanken voor je heerlijke borsten; heerlijk vlezig met die heerlijke huid van jou er rond. Dank u." Ook die zin schrapte ik.
Ik vroeg me af of ik je überhaupt wel voor wat moest bedanken.
"Ik dank je voor de vele eindeloze discussies die we voerden over geld en werken en Hem en mijn kleine penis."
Ik bedacht dat ik op de computer tenminste een delete knop had. Het blad werd immers langzaam blauw geschrapt.
"Ik dank je dat je bent meegekomen toen ik weg moest. Ik dank je ook omdat je daarna terug naar huis gegaan bent. Dank je."
Ik voelde me eigenlijk voor niets dankbaar en schrapte dat dus ook maar.
"Ik vond het fijn toen je zei dat ik je moest knuffel." Ik was niet zeker of ze dat ooit gezegd had, maar liet het toch maar staan. "En ik vond het fijn toen je die dag koffie gemaakt had en je sigaretten ging halen voor mij." Daarvan was ik wel bijna zeker dat het nooit gebeurd was.
"Ik vond het fijn naar je witte tanden te kijken toen je klaar kwam." Ik schrapte "jij" en verving het door "ik"; daarna schrapte ik de hele zin.
Whisky pauze. Sigaretten pauze. Op televisie was helemaal niets te zien.
"Ik mis je borsten."
Dat liet ik staan.
"En je vagijn."
Dat schrapte ik maar weer.
Daarna verfrommelde ik het blad, goot ik er een scheut zippo brandstof op en stak het in brand.
Ik nam een nieuw blad.
"Goeiemorgen, liefste. Koffie in koffiezet. Tot vanavond."
En toen ging ik naar m'n eigen bed.
maandag 24 december 2012
't Is maar voor eventjes
maar 'k wil graag naar huis,
al weet ik niet goed waar dat is.
't Is maar voor eventjes,
maar 'k wil terug naar jou,
al weet ik niet goed wie je bent.
't Is maar voor eventjes,
maar 'k wil nu slapen
voor uren en dagen en weken.
't Is maar voor eventjes,
dat ik je mis,
want morgen is 't weer lente, M.
maandag 27 augustus 2012
Vier blokjes hoog
Ben je nog op zoek naar jezelf? Heb je daar nu eigenlijk wat gevonden? Of heb je enkel gevonden dat je eigenlijk helemaal niets wilt vinden? Heb je gevonden dat na level 11 gewoon level 12 komt, dat de blokjes enkel sneller vallen?
Ik vind het leuk als je wat dichter tegen me aan komt liggen. Ik stink, het spijt me. Het is die hitte hier, ik ben dat niet gewoon. Ik nam een douche deze morgen, maar nu stink ik alweer. Ik begrijp het als je aan de andere kant van het bed wilt liggen.
Ik denk niet dat ik ooit al voorbij level 13 geraakt ben. Het gaat me eenvoudigweg te snel. Ik zie dat je al op level 14 speelt. Je bent beter dan me, op dat vlak. Misschien ben je wel beter op de meeste vlakken. Dapperder, dat in ieder geval ook. Ik wou dat ik wat dapperder was.
Nee, sorry, ik geloof niet in deodorant. Ik las in de biografie van Steve Jobs dat ook hij niet in deodorant geloofde. Ik las ook dat hij ongelofelijk stonk.
Probeer je eigenlijk nog wat op te bouwen? Of smijt je die blokken maar willekeurig naar beneden? Wat je ook doet, het lijkt te werken. Je kijkt geconcentreerd, je kijkt geobsedeerd. Ik heb dat niet meer, geobsedeerd zijn door Tetris.
Vond je dat vroeger ook al, dat ik stonk? Of heb je dat pas net gemerkt? Misschien is het omdat je me nu beter kent, omdat die oorspronkelijke mysterieuze gedachten nu vervangen zijn door vervreemde realiteit.
Iemand zei me dat je meer punten haalt als je vier rijen met één blok kan weghalen. Ik weet niet of dat waar is. Ik ga meestal dood omdat ik te lang moet wachten op een stok van 4 blokken lang. "Get rich or die trying", veronderstel ik. Ik ga meestal dood.
Heb je liever dat ik deodorant gebruik? En denk je 't nog lang vol te houden, op level 15?
Het vervolg
Ze zaten naar het scherm te staren. Hij zag dat ze ontroerd was door wat ze las. Onverzadigbaar bleef ze naar beneden scrollen, op zoek naar het vervolg. Maar ze kon het niet vinden, hij wist dat ze het niet zou vinden, simpelweg omdat het nog niet bestond.
Vond je 't mooi? Klik op "Vind ik leuk" en ik vertel je binnenkort een nieuw verhaal.
Hierzo ↑